Vriend of vijand?

Bij biologische plaagbestrijding hebben we vaak de neiging om de wereld simpel in te delen in goed en kwaad, waarbij de “slechte beestjes”, de plagen, worden bestreden door de “goede beestjes”, de natuurlijke vijanden. Dat is ook een helder verhaal wat overtuigend en eenvoudig is uit te leggen. Maar de werkelijkheid is vaak iets complexer. Sommige plagen kunnen namelijk ook nuttig zijn en sommige natuurlijke vijanden kunnen soms schadelijk zijn. Dit is vooral het geval bij omnivore insecten die zich met zowel planten als prooien voeden. De californische trips, Frankliniella occidentalis, is daar een typisch voorbeeld van. Dit is een hardnekkige plaag voor veel gewassen, maar ze kunnen ook een behoorlijke bijdrage leveren aan de bestrijding van spint, doordat ze zich met de eitjes van deze mijt voeden. Een andere interessante groep van omnivoren zijn de wantsen van de familie Miridae.

De omnivore roofwants Dicyphus tamaninni (foto Wim van Egmond)

De omnivore roofwants Dicyphus tamaninni (foto Wim van Egmond)

Binnen dezelfde familie bevinden zich zowel schadelijke wantsen als nuttige roofwanten. De soorten hebben een lange stylet waarmee ze zowel in prooien als in planten in prooien prikken (zie foto). Of ze de status plaag krijgen hangt maar net af van de mate waarin ze zich voeden met planten of met prooien. (Deze verscheidenheid wordt met een mooi woord ook wel het zoöfytofage spectrum genoemd.)
kop en stylet van Dicyphus maroccanus (foto Wim van Egmond)

kop en stylet van Dicyphus maroccanus
(foto Wim van Egmond)


De roofwants Deraeocoris pallens zuigt een bladluis leeg

De roofwants Deraeocoris pallens zuigt een bladluis leeg


Een mooi leeggezogen bladluisje

Een mooi leeggezogen bladluisje

Wat veel mensen niet weten is dat schadelijke miride wantsen, zoals de behaarde wants Lygus rugulipennis, zich ook regelmatig vergrijpen aan ander plagen zoals bladluis en wittevlieg. In die zin zijn de toch een beetje nuttig. Andersom kunnen de roofwantsen die we van deze familie inzetten voor plaagbestrijding soms schade geven aan planten. De bekende Macrolophus pygmaeus kan in cocktailtomaatjes een behoorlijks lastpak zijn doordat ze de jonge bloemen aanprikken en de vruchtzetting verstoren. Das niet grappig natuurlijk. Maar we moeten het kind ook niet met het badwater weggooien, want de voordelen zijn vele malen groter dan de nadelen.

Een soort die helemaal balanceert tussen goed en kwaad is Nesidiocoris tenuis. In Spanje wordt deze soort vol op ingezet en is hij de redder geweest bij de bestrijding van de invasieve mineermot Tuta absoluta. De keerzijde is dat deze soort ook zeer snel schade geeft aan vruchten. Daarnaast verschijnen er typische ringen op de stengels (zie foto). Grappig genoeg wordt hij daarom ook wel “lord of the rings” genoemd. In de meeste landen, waaronder Nederland, wordt deze wants als en serieuze plaag beschouwd, maar in Spanje wegen de voordelen van plaagbestrijding zwaarder dan de bijkomstige schade aan planten.

typische ringen veroorzaakt door Nesidiocoris tenuis

typische ringen veroorzaakt door Nesidiocoris tenuis


kop en stylet van Nesidiocoris tenuis (foto Wim van Egmond)

kop en stylet van Nesidiocoris tenuis (foto Wim van Egmond)


Wat maakt nu dat de wantsen van deze familie schadelijk zijn of niet? Die vraag is zeer relevant bij de inzet van deze soorten. Hoe beter we dat begrijpen, hoe beter we oplossingen kunnen bedenken om gewasschade te voorkomen. Wanneer eten ze zoveel van de plant dat de schade geven? Waarom eten ze überhaupt van de plant?
Eén van de mogelijke redenen voor plantenvoeding is simpelweg de behoefte aan vocht. De wantsen spugen na het aanprikken van een plant of prooi een hele lading verteringsenzymen uit, waarbij veel vocht nodig is. De mate van plantschade heeft waarschijnlijk ook te maken met het type verteringsenzymen dat ze aanmaken en de plek waar ze de plant aanprikken. Het is wellicht mogelijk om soorten te selecteren die minder pectinases (celwandafbrekers) afscheiden.
Of is plantenvoeding misschien nodig om hun stylet schoon te maken van prooiresten? Hoewel, in dit filmpje is een roofwants (M. pygmaeus) te zien die daar niet echt uitkomt…..

Overigens heeft het aanprikken van planten door roofwantsen ook nog een voordeel. Recent is gevonden dat spint zich minder hard ontwikkelt op planten waar van te voren roofwantsen op hebben gezeten. En in een ander onderzoek is gevonden dat ze de planten er toe kunnen aanzetten om geuren af te scheiden die weer aantrekkelijk zijn voor sluipwespen van wittevlieg.
Kortom, omnivoren kunnen de biologische bestrijding op verschillende manieren beïnvloeden. Dit is super boeiend om verder te verkennen en om te kijken hoe we de biologische bestrijding met deze roofwantsen verder kunnen ontwikkelen. Het wordt misschien wat complexer, maar de wereld van insecten en mijten is nu eenmaal niet altijd zo zwartwit in te delen in goed en kwaad.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op Vriend of vijand?

  1. nico buurman zegt:

    Gerben, altijd leuk en informatief om je stukjes te lezen. Ik hoop dat je er nog lang plezier in blijft houden. Gr Nico Buurman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s